14 mei 2010

Het avontuur gaat verder in... Benin

Het is zover! Achtste keer, goede keer. In september 2009, wanneer verder werken in Kameroen onmogelijk werd, begon ik reeds te solliciteren bij de DED, de Deutscher Entwicklungsdienst. We hadden gehoopt om terug in Kameroen aan de slag te kunnen, maar dat lukte niet. half Maart werd ik dan eindelijk toch uitgenodigd in Bonn om aan een selectietweedaagse deel te nemen. Nachtenlang lag ik te woelen in mijn bed... worstelend met 'auch-bei-mit-nach-seit- von-zu-gegenüber' en Dativ & Akkusativ... maar uiteindelijk lukte het me wel me verstaanbaar te maken in eenvoudig Duits. Een paar dagen in Bonn deden wonderen. En... ik werd aanbevolen voor een job in Benin.

In het kader van de duits-beninese ontwikkelingssamenwerking, ga ik er - samen met mijn collega’s van de DED (Deutscher Entwicklungsdienst) – werken binnen het “Programme de Conservation et de Gestion des Ressources Naturelles, ProCGRN” en lever een bijdrage aan het duurzame beheer van het biosfeernatuurreservaat van Pendjari (in het Noordwesten van Benin) door het bevorderen van toerisme en het versterken van de samenwerkingsverbanden van de lokale bevolking. Het werk ligt grotendeels in de lijn van hetgene ik ook in Rwanda, Guinee en Kameroen deed, namelijk het versterken van de lokale boerenorganisaties en het samen ontwikkelen van inkomsten generende activiteiten, waarbij er veel aandacht gegeven werd aan de duurzaamheid van de ontwikkelde initiatieven en het respect voor het milieu. Die laatste komponent krijgt hier in Benin een extra dimensie met het Pendjari-natuurreservaat, waar nauw wordt mee samengewerkt.

Een leuke uitdaging én een aantrekkelijke reden om eens een keertje op bezoek te komen... in het land waar voodoo zijn wortels heeft.

http://www.pendjari.net/

27 februari 2010

In Memoriam Mama Suzanne



Word vervolgd... schreef ik zoals steeds onder ieder verslag van een ontmoeting met Mama Suzanne Nkou Bilomba uit Messam. Ik keek er telkens weer naar uit om bij haar op werkbezoek te gaan… ‘Wat zou er nu weer veranderd zijn?’ Telkens weer verraste ze ons met de initiatieven die ze nam. Mama Suzanne was duidelijk iemand met een visie, iemand die werkelijk begaan was met duurzame ontwikkeling.



Ze behandelde niet alleen de mensen met veel respect, maar meer nog ging ze respectvol om met haar omgeving… met het woud waarin ze woonde. Bekommerd om het wankele evenwicht in de natuur… verstoord door ‘de’ mens die in dat woud ‘landbouw’ bedreef om te overleven. Het regenwoud respecteren en tegelijkertijd landbouwactiviteiten ontwikkelen in datzelfde woud is op zich al een tegenstrijdigheid. Toch zocht Mama Suzanne steeds weer hoe ze aan dat regenwoud kon teruggeven, wat ze er tijdelijk van ontleende. Zo ging ze tot diep in het tropische regenwoud op zoek naar de zeldzame zaden van de Moabi. Ze was dagen, soms weken onderweg. Terug thuis koesterde ze de zaden en wist op onnavolgbare wijze uit deze zaden weer nieuwe bomen te kweken. Het leek eenvoudig, maar dat was het niet. Normaal gezien worden de vruchten van de moabi – met binnenin de zaden – opgegeten door de bosolifanten. De zaden die niet verteren worden zo kilometers ver samen met de ‘mest’ aan de natuur teruggegeven. Dat mestomhulsel zorgt voor een natuurlijke kiemomgeving. Hoe ze het deed heb ik nooit kunnen achterhalen, maar Mama Suzanne slaagde er keer op keer in om die zaden te laten kiemen en op te kweken tot volwaardige boompjes.


Naast dat respect voor de natuur was er ook haar bekommernis voor de mensen rondom haar. Haar 94-jarige moeder - die toen ik haar een laatste keer op terrein was in Messam, net van haar bosakker kwam – niet in het minst, maar ook haar kinderen en haar dorpsgenoten. Ze zorgde ervoor dat al haar kinderen naar school konden gaan, dat ze – wanneer ze dat wilden – verder konden studeren. Zonder onderscheid of ze nu wel of niet verder studeerden, ze behandelde ze allemaal op dezelfde manier. Bekommerd om de gezondheid van haar familie en die van haar dorpsgenoten zette ze een ‘eerste-lijns-gezondheidscentrum’ op poten – het dichtstbijzijnde stadje bevindt zich op een kleine twintig kilometer en al ligt Messam aan een hoofdweg… géén enkele taxibrousse stopt er, zodat een verplaatsing naar het hospitaal in dat stadje een hele onderneming wordt. Ze ging vorig jaar nog cursussen volgen om de mensen ter plaatse te kunnen verder helpen. Gesteund door een Canadese ngo en het Ministerie van Volksgezondheid had ze een kleine dorpsapotheek waar de mensen toegang hadden tot medicijnen aan betaalbare prijzen.


Veel boeren hadden al lang de moed verloren, maar niet Mama Suzanne. Zo diende ze in 2008 een voorstel in bij de ngo waar ik werkte in Mbalmayo. Haar voorstel werd door de directrice weggelachen. Een paar puntjes werden uit het voorstel gelicht en zo – buiten hun context – als niet realistisch omschreven. Bijna niemand zag de structuur in het document dat voorlag, de logische ‘stapsgewijze’ opbouw, de ‘droom’ van Mama Suzanne. Zelfs niet wanneer ze die ‘stappen’ beetje bij beetje en ‘zonder’ financiële steun begon waar te maken. Het enige wat Mama Suzanne vroeg, was erkenning, was respect voor het werk dat ze deed, samen met haar groep.


Mama Suzanne was bezorgd over de toekomst, de toekomst wanneer zij er niet meer zou zijn. Daarom probeerde ze goed mogelijk de mensen rondom haar te betrekken bij alle initiatieven. Haar kinderen werden voorbereid op die toekomst, kregen de ideeën mee van een sterke moeder met een duidelijke visie.


Ik ben blij dat ik het pad van Mama Suzanne heb mogen kruisen, dat we van gedachten hebben kunnen wisselen, dat we samen een tijdje op weg zijn gegaan.


In januari werd ze geveld door tuberculose.

13 februari 2010

Een hart onder de riem...

We kregen gisteren het volgende mailtje van Cyrille en Justine, twee ondernemende jongeren uit Mbalmayo...

"Salut comment vous allez? Nous nous portons bien, pas de situation grave. Alors ton travail continue à porter les fruits ici. J'ai reçu un GIC (Groupe d'Intérêt Commun), qui voulait les egraineurs de mais. On a vraiment beaucoup pensé à toi, car tu nous manques. Nous tous,  les GIC. Tu sais que beaucoup avaient espoir en te voyant dans CRADIF... et maintenant pas d'espoir, alors moi je me demande si tu peux pas nous faire quelques contacts important là-bas. Pense à nous dès que tu le peux, merci à bientot, bb."

25 januari 2010

Dambisa Moyo on Aid for Africa

18 november 2009

Exit CRADIF

Op 31 oktober kwam er een einde aan mijn contract bij CRADIF. Eind juni kreeg CRADIF reeds te horen dat de samenwerking met Broederlijk Delen werd stopgezet, wegens een negatieve audit, maar dat ikzelf - in samenspraak met de lokale partner - nog kon blijven werken tot het einde van dit jaar. Vermits er al een akkoord was om mijn contract tot juli volgend jaar te verlengen, lag ik niet meteen wakker van een contractverlenging die eind 2009 al zou aflopen, maar in september - na onze vakantie in België - leek het opeens niet zo evident meer. Elisabeth GELAS - de directrice - die al de helft van de lokale ploeg naar huis stuurde, verschool zich achter een fictieve raad van bestuur, die plots vragen had bij mijn aanwezigheid bij CRADIF. Soit, om een lang verhaal kort te maken… Elisabeth speelde gewoon met mijn voeten en had zelf al lang beslist om mij bij CRADIF weg te werken… om een vervelende getuige kwijt te zijn. Mama Suzanne - de enige vertegenwoordigster van de boeren in de raad van bestuur - was in alle staten toen ik haar de beslissing van de ‘raad van bestuur’ mededeelde. Een ander lid van de ‘raad van bestuur’, die de boodschap aan Broederlijk Delen ondertekende, had tot op de dag dat ik hem de ‘back-ups’ van Cradif bezorgde, het ‘bewuste auditrapport’ nog niet onder ogen gekregen… enkel een vraag van Elisabeth GELAS om mij te ontslaan… met opgave van alle redenen die ze zich kon bedenken.

‘t Is spijtig om op die manier afscheid te moeten nemen van de boerengroepen waar ik een tijdje mee op weg was… spijtig dat er toch steeds weer mensen zijn die de ‘kans-armoede’ van hun medemensen uitbuiten voor hun eigenbelang.

Ik heb Elisabeth lang het voordeel van de twijfel gelaten, enkel de ‘goede’ kanten willen zien, om daar op verder te bouwen, maar moet nu vaststellen dat met Elisabeth GELAS niets is wat het lijkt… eigenlijk alles verloren gaat omdat die ‘gewonnen’ expertise enkel op papier bestaat (en bestond) en verdwijnt met het vertrek van de betrokken personen. Zo vond ik geen enkel spoor van de bijdrage van vroegere medewerkers.

Gelukkig gebruiken een aantal boerengroepen hun gezond boereverstand en zullen ze hun weg wel vinden. De meesten zaten niet te wachten op een organisatie als CRADIF om hun eigen projecten uit te werken en profiteerden van de gelegenheid om ‘misschien’ aan wat extra middelen te komen (wie kan ze dat kwalijk nemen?) om hun ‘eigen’ projecten wat vlugger van de grond te krijgen. Die groepen die enkel op CRADIF rekenden om ‘iets’ te ondernemen, zouden er op eigen houtje ook niets van bakken.

Aan een aantal mensen hou ik een warme herinnering, hun ‘eenvoudige, maar diepgaande’ visie op duurzame ontwikkeling, over een realistische ’stap-voor-stap’-benadering (twee voetjes op de grond) gericht op resultaten (die mogen gezien worden). Boeren en boerinnen die naar meerwaarde zoeken in de samenwerking met lokale of internationale ngo’s, en die, wanneer ze die niet vinden, liever ‘alleen’ verderboeren, dan zich al te afhankelijk op te stellen en zich in alle mogelijk bochten wringen om aan de eisen van die ‘geldschieters’ te voldoen.

We kijken uit naar een andere opdracht in het Zuiden, want ‘Home is where the heart is!’

12 juli 2009

Geconfronteerd met het voor de handen ‘pijnlijke’ werk - de harde maïskorrels van de kolven halen – kwamen we op de idee om aan een groep jonge artiesten – gekend voor hun prachtige houtsnijwerk – te vragen ons een ‘egreneur’ te maken (Sorry, ik kan niet zo direct op de Nederlandstalige benaming komen) volgens een ‘schets’ die we van het Internet plukten. Na enige probeersels kwam er een hardhouten voorwerp te voorschijn dat volledig voldeed aan wat er van verwacht werd. Restte ons enkel dit handige werktuigje bij de boeren voor te stellen.
Het enthousiasme was groot van bij de eerste demonstratie. De gedroogde maïskolven werden met handenvol tegelijk aangevoerd… en de gelukkige boerin die de ‘eer’ kreeg om de ‘egreneur’ als eerste uit te testen, wilde die later niet meer afgeven en beschouwde hem meteen als haar persoonlijke eigendom. Succes verzekerd, want de bestellingen stromen binnen.
Twee vliegen in één klap… aan de ene kant konden we zo het werk wat verlichten voor de vrouwen, het ‘ontkorrelen’ gaat vlugger en de handen worden ‘gespaard’ (geen pijnlijke blaren meer na enkele uurtjes ‘ontkorrelen’)… aan de andere kant ‘bestellingen’ voor onze jonge beeldhouwers en veel waardering voor hun werk. De ‘egreneurs’ worden voor een kleine 4 euro aangeboden, zijn met de hand gemaakt van hardhout.

11 juli 2009

Mama Suzanne

Ze doet je steeds versteld staan… want elke keer weer dat je bij haar langsgaat is er iets veranderd. De eerste keer bezocht ik Mama Suzanne in oktober 2007… alles leekt te draaien om haar boomkwekerij… gespecialiseerd in met uitsterven bedreigde inheemse bomen: moabi, bibola, bubinga, enz. Wat aanvankelijk moest dienen om op de eigen velden te planten, werd een omvangrijke boomkwekerij met meer dan 10.000 jonge boompjes.
Mama Suzanne nam ons de tweede keer mee naar haar ‘terroir’ waar ze met veel respect voor het woud aan duurzame landbouw doet… in zoverre je in het woud van duurzame landbouw kan spreken, want het blijft een invasie in de integriteit van het evenaarswoud. In maart 2008 deponeerde ze een werkdocument bij Cradif… waar Elisabeth (de directrice) nogal lacherig over deed, maar waar duidelijk een visie uit bleek… helemaal niet ‘zweverig’, maar duidelijke stappen naar de verwezenlijking van een schijnbaar niet te verwezenlijken ‘droom’. Cradif kon haar niet aan de gevraagde som geld helpen, maar dat betekende geenszins het einde van Mama Suzanne’s ‘plannen.
Wanneer ik in maart van dit jaar een derde bezoek breng aan Mama Suzanne is er dus weer iets veranderd… een boetiekje werd tegen het huis gebouwd, een diepvrieskast werd aangeschaft… de dorpswinkel krijgt stilaan vorm.
En vorige week stond er dus weer iets meer op haar perceel. Vorig jaar opperde ze de idee om een ‘eerstelijns gezondheidspost’ op te zetten… en een jaar later is het zover. Ze volgende een aantal specifieke vormingssessies, georganiseerd door een internationale NGO ism het Ministerie van Volksgezondheid… en nu mag ze zich fier ‘lokale vroedvrouw’ noemen en baat ze ook een kleine dorpsapotheek uit.

De volgde stap is waarschijnlijk een ‘taxibrousse’. Al ligt Messam op de as Sangmélima-Yaoundé, de meeste ‘taxibrousse’ zitten overvol om er nog extra klantjes bij te laden. Meteen is het ook een extra bron van inkomsten. Een ‘droom’? Eén die wellicht werkelijkheid wordt Mama Suzanne kennende!
En om het verhaal helemaal kompleet te maken… ze heeft ook nog twee kinderen die ze heeft kunnen inschrijven aan de Universiteit van Yaoundé.
Wordt vervolgd…