28 maart 2008

Appreciative Inquiry

Hoogtijd om er nog eens op terug te komen. Meer dan het zoveelste techniekje om de participatie op te drijven, maar een filosofie die de werkelijkheid op een andere manier benadert.

Wat is AI?
Appreciative Inquiry (waarderend en begrijpend onderzoeken) is tegelijkertijd een theorie, een filosofie, en een trainingsmethode en heeft als uitgangspunt dat alles waarvan je wilt dat er meer van is, al bestaat; in iedere organisatie. AI is een positieve manier van denken, onderzoeken en benaderen om tot krachtige en zinvolle veranderingen in organisaties te komen. Een AI-proces is een bottum-up proces waarbij de hele organisatie wordt betrokken. Appreciative Inquiry stelt mensen binnen een organisatie in staat om gezamenlijk hun sterke punten, wensen en dromen te ontdekken en verder te onderzoeken. Tijdens het proces komen de essentiële drijfveren van de organisatie bovendrijven waarop ze trots kunnen en moeten zijn. Deze vormen vervolgens de basis voor meer vertrouwen, tevredenheid en effectiviteit als organisatie.
Wat is er nieuw aan (en waarom zou iedere organisatie het moeten inzetten)?
Traditionele verbeteringsprocessen en trainingen zijn probleemoplossend opgezet. Ze zoeken naar de problemen in een organisatie, analyseren deze en pakken ze aan. Appreciative Inquiry werkt precies andersom en zoekt juist naar alles wat goed gaat. Dit vormt de basis om dat vaker en meer te doen. De probleemgerichte benadering heeft als nadeel dat de problemen worden uitvergroot door er op te concentreren, terwijl Appreciative Inquiry het beste van een organisatie naar boven brengt omdat dat de focus is. Een Appreciative Inquiry aanpak genereert altijd een enorme dosis (positieve) energie bij de deelnemers en dus binnen de organisatie. Deze energie wordt vervolgens aangewend om de veranderingen te implementeren. Behalve effectief is het ook ontzettend leuk.
Heeft AI een wetenschappelijke basis?
Appreciative Inquiry is diep geworteld in de gangbare gedragswetenschappelijke theoriën die betrekking hebben op de invloed van positieve beelden en ervaringen op het gedrag van mensen. In de sportwereld wordt dit bijvoorbeeld ook veelvuldig toegepast. David Cooperrider, Suresh Srivastva en anderen ontwikkelden de theorie van Appreciative Inquiry voor de Case Western Reserve University in Cleveland Ohio in de jaren zeventig en tachtig.
Is al dat positieve gedoe niet te zweverig ?
Nee, in tegendeel het is de eerste methode die veranderingsprocessen van begin tot en met het einde begeleidt. Appreciative Inquiry zorgt er niet voor dat iemand zichzelf iets gaat wijsmaken. De onderwerpen worden alleen benaderd vanuit een positieve, reële kant. Er wordt een beeld geschetst van de organisatie zoals die op haar best is, gebaseerd op verhalen van alle betrokkenen. Dit beeld is de basis om op verder te bouwen en ervoor te zorgen dat de organisatie in de toekomst nog vaker op haar best is.
Hoe kan iedereen naar de positieve kant kijken als er alleen maar negatieve kanten zijn?
Door te concentreren op de positieve ervaringen is er vaak al minder noodzaak om negatieve gevoelens te uiten. Negatieve uitingen vinden wel plaats, maar er wordt niet op verdergegaan. Uiteindelijk zal iedereen iets positiefs weten te vinden om over te praten. Overigens is het in sommige situaties noodzakelijk om eerst ruimte te geven aan alle negatieve emoties. Is de lucht geklaard dan kan men verder.
Hoe kun je de problemen oplossen als je het alleen maar over de positieve dingen hebt?
AI bespreekt de problemen weliswaar niet, maar negeert ze ook niet. Appreciative Inquiry kijkt naar hoe het goed is geweest en hoe het opnieuw of vaker zo kan zijn. Problemen komen op deze manier zeker aan bod. Ze worden alleen anders benaderd.

Still alive and kicking

Tijd om nog eens iets van ons te laten horen.

De tweede helft van februari was Grâce voor 14 dagen in Mbalmayo... een verlengde 'franse' krokusvakantie. En... ze kreeg er nog wat dagen bovenop, want eind februari - na een staking van de taxichauffeurs - lag het hele land lam. De taxichauffeurs eisten - terecht - een aanpassing van hun tarieven. Aanleiding was de verhoging van de benzineprijzen (waar niet?) en de daaraan gekoppelde verhoging van de levensduurte. Het ongenoegen zat hem dus niet alleen bij de taxi's, maar zoals uit de 'rellen' bleek, bij een ruimer deel van de bevolking. Een in de haast genomen beslissing van de regering om de benzineprijzen terug een beetje omlaag te brengen hielp uiteindelijk niet. De eerste rellen braken uit in Douala (aan de kust) en voornamelijk in het engelstalige deel van Kameroen, maar al spoedig breidden de onlusten zich uit over het hele land (lees ook Yaoundé)... behalve Mbalmayo. L'histoire se répète... net een jaar geleden zaten we midden in een stakingsgolf in Guinee-Conakry, waar toen op zijn minst 200 doden vielen. Gelukkig keerde de rust na een week terug en kon het leven weer zijn gewone gang gaan.

Maar het ongenoegen blijft. Niet alleen om de levensduurte, maar ook - en daar zit in het westen van Kameroen het grote ongenoegen - om de plannen van de meerderheid om de president nog een volgende ambtstermijn te gunnen. Daartoe moeten ze wel de grondwet herzien, maar met een absolute meerderheid in het parlement kan dat niet al te moeilijk zijn. De president had langs zijn neus weg gesuggereerd dat - als men het hem vraagt - hij nog wel zeven jaar langer wil aanblijven. Een goede verstaander (lees partijlid) heeft niet meer nodig.

Word vervolgd!

6 december 2007

Alles... behalve hout



Paul Atangana leeft van het woud, het tropische regenwoud. ’s Ochtends vroeg – wanneer het niet al te hard regent – trekt hij er op uit. Soms vergezeld door één van zijn zoons die nog thuis wonen, maar meestal op zijn eentje. Een uurtje stappen door het regenwoud op een pad dat alleen hij kent en herkent, tussen de majestueuze bubinga’s, moabi’s, adjap’s, bibolo’s, ebène’s, ayous en galam’s… vergezelt door het gekrijs van de apen en de ochtendbalts van de vele vogels die het woud bewonen. Na een uurtje wordt de begroeiing iets minder dicht en komt hij aan een uitloper van de Nyong. In het regenseizoen – wanneer de Nyong ver buiten zijn oevers treedt - kan hij zo ver niet komen en ligt zijn ambachtelijk werk noodgedwongen stil. Maar nu het droog seizoen zich aankondigt en het waterpeil aanzienlijk gezakt is, kan hij makkelijk tot bij zijn prauw komen en begeeft hij zich – gewapend met een kapmes en een kleine handzaag – op het water. Hij moet zich een weg banen tussen de rietstengels en overhangende lianen, die hij met een kennersblik in zich opneemt… want hier vind hij de grondstoffen voor ‘productie’. Hij kapt zorgvuldig rietstengels en lianen, van verschillende dikte. Zijn handen en armen zijn verweerd, van de vele schrammen die hij al die jaren opliep bij het kappen van de lianen, die meestal bedekt zijn met ontelbare doorntjes. Wanneer zijn prauw vol raakt en Atangana vindt dat hij genoeg materiaal heeft, peddelt hij terug naar de ‘oever’… of wat daar voor doorgaat, want een echte oever is er niet, enkel een plek waar de grond iets steviger is onder de voeten en de prauw zonder problemen kan vastgemaakt worden. Met het riet en de lianen in een grote bussel samengebonden op zijn hoofd… loopt hij dan terug naar het dorp. Dat dorp lag vroeger aan de oude aarden weg die de hoofdstad met het zuiden verbond. Enkele jaren geleden werd die weg rechtgetrokken en geasfalteerd ten behoeve van de houtvesters, die verderop het woud uitbaten, maar dat is een ander verhaal. Voor Paul Atangana is die weg tegelijkertijd en vloek en een zegen. De rust in het dorp is weg, want de auto’s razen de hele dag voorbij zijn deur… en ‘s nachts zijn het de vrachtwagens die de omgelegde woudreuzen afvoeren. Maar hij profiteert er ook van, want door de ontsluiting van het gebied kunnen de ‘klanten’ tot bij hem komen en zijn handwerk bewonderen. Paul Atangana maakt stoelen, tafels, zetels, kasten… wat je maar wil… als het maar niet van hout gemaakt moet worden, want hij weigert ook maar één boom om te leggen. Hij verwerkt het riet en de lianen (zie foto’s) tot mooie stevige meubels. Het materiaal dat hij gebruikt, groeit zo snel terug, dat je niets eens merkt waar het gekapt werd. In tegenstelling tot de woudreuzen die er minstens honderd jaar over deden om hun huidige omvang te bereiken… en op een half uurtje worden omgelegd.
Niemand houdt zich aan de afgesproken regels wanneer er over de uitbating van het woud wordt gepraat. De bevoegde ambtenaar vertikt het om vanachter zijn bureau te komen om een toegewezen concessie te inspecteren… en gelooft de houtvester op zijn woord, wanneer die zegt hoeveel en welke bomen hij omhakte. Een andere ambtenaar van bosbouw en bosbeheer knijpt een oogje toe – voor een briefje van 1000 cfa – wanneer hij iemand betrapt met een stekelvarken over de schouder, of een bosantilope. Paul wordt er mismoedig van… wat kan hij – kleine man – beginnen tegen de ‘grote jongens’?
Onlangs krijg hij een fransman op bezoek… die zo maar eventjes 500 stoelen bestelde… voor export naar Frankrijk. Gelukkig kan hij dan rekenen op alle gezinsleden en zelfs zijn buren, om de bestelling zo snel mogelijk af te werken. De enige uitdaging die blijft is het bekomen van een klein krediet, dat hem in staat moet stellen om het nodige materiaal en gereedschap aan te schaffen om zulke grote bestellingen binnen de afgesproken tijd af te werken.
We hebben zowat een uurtje in Paul Atangana’s openluchtateliertje gezeten. Hij kan in – vlekkeloos Frans – uren vertellen… over zijn werk… het kappen van het materiaal… het maken van een stoel, maar ook filosoferen over het ‘leven’… hoe het verder moet met het woud, met de wereld. Hij klaagt ook wel dat hij niet genoeg verdient, maar slaagt er wel in om twee van zijn zoons naar de universiteit in Yaoundé te sturen… en of we geen voorschotje kunnen geven op de stoelen die hij voor ons aan het afwerken is, want straks staan zijn twee zoons – waar hij terecht trots op is – op de stoep… en zonder ‘iets’ kan hij ze toch niet terugsturen. Paul Atangana denkt aan de toekomst, investeert in zijn kinderen… maar denkt ook aan zijn kleinkinderen, die hier ook nog moeten kunnen leven. Of om het te zeggen met een oude indianenwijsheid: “Je erft de aarde van je kleinkinderen!’
Jullie steun is altijd welkom: www.broederlijkdelen.be of

30 november 2007

Afspraak 8 december 2007


22 november 2007

Op terreinbezoek

Messam
We moesten er wel een eindje voor rijden, maar het was de moeite waard. Even een bezoekje brengen aan een van de verwezenlijkingen van het programma. Dan denk je… een kwartiertje rijden of zoiets, maar het ging dus een eind verder. Zowat zestig kilometer ver. Gelukkig woont Mama Suzanne aan de kant van de weg, dus moesten we – voorlopig – niet door de modder ploeteren.
Mama Suzanne weet waarover ze het heeft. Duurzame landbouw… toegepast. Ik was verrast door de ‘pépinière’… waar ze naast enkele ‘zeldzame’ inheemse boomsoorten… ook ‘karité’ in zakjes hebben staan. In Guinee zeiden ze dat zoiets onmogelijk is en later op het internet wordt dat ook bevestigd… dat het heel moeilijk is, maar het is dus niet omdat het moeilijk is, dat het onmogelijk is. Ik zie het levend bewijs voor me. Op de vraag waarom ze zoiets doet, want de planten – bomen – geven pas over ongeveer dertig tot veertig jaar pas vruchten… antwoord ze dat de komende generaties toch ook moeten leven. Het ebbenhout en de andere ‘zeldzame’ houtsoorten doen er nog langer over en de bomen die ze nu omhakken – voor de export – deden er zowat 200 jaar over om die omvang te bereiken. Rhoddy vroeg of ze ‘verbeterde’ maniok of bananen plantte op haar perceel. Wat is verbeterd? Wat bedoel je daarmee? Natuurlijk selecteer ik de ‘goede’ van de ‘slechte’ zaden, planten… ik weet wat ik doe. Kijk… en ze tekent met een machete in het zand, hoe ze haar perceel heeft ingedeeld en welke voorzieningen ze trof om allerlei ziektes tegen te gaan. Autochtone remedies om ziektes bij de planten tegen te gaan. Mama Suzanne beschikt over een uitgebreide kennis van de planten om haar heen, de planten in het regenwoud. Ze worden ook gebruikt als ‘geneesmiddel’… ze heeft niet zo’n hoge pet op met de ‘westerse’ geneeskunde. Kijk… die boom is goed tegen malaria… en die voor dit, en die voor dat. Midden tussen haar perceeltjes staat een varkensstal die voor mest zorgt en niet stinkt. Blijkbaar krijgen die varkens een uitgemeten dieet. We lopen door de veldjes, waar aardnoten groeien tussen de bananenplanten… alles netjes onderhouden… omgeven door ‘levende’ hagen. Toegepaste ‘duurzame’ landbouw. Hoeveel Cradif daar voor iets tussenzit is nog de vraag. In ieder geval is de ‘bodem’ waarop Cradif zijn praktische vormingen ‘ent’ vruchtbaar. Spijtig genoeg is er geen tijd om verder op het terrein te gaan en de velden te bezoeken waar Mama Suzanne en haar groep groenten en andere gewassen verbouwen… in associatie met inheemse boomsoorten.
Kortom… een perfect voorbeeld van geïntegreerde ‘duurzame’ landbouw.


Ngat
Op zo’n 17 km voor Mbalmayo gaan we van het asfalt en nemen de piste die naar Ngat leidt. Het wordt een moeizame rit van 5 km. De auto van Lou valt tot driemaal toe in panne. De weg is modderig en we slippen van links naar rechts. Op een kilometer van Ngat – we verliezen teveel tijd – beslissen we om te voet verder te gaan. Gelukkig regent het niet. Ngat stond op het programma – wellicht omdat de ‘Maire’ van Mbalmayo hier vandaan komt – om een boomgaard te bezoeken. Die boomgaard ligt een eindje de ‘brousse’ in en het is duidelijk te zien dat het pad ernaartoe pas gisteren is ‘vrijgemaakt’. De boeren verontschuldigen zich dat er zo weinig ‘leden’ zijn, want het is cacaoseizoen en iedereen is het woud ingetrokken om de cacaopeulen te verzamelen. De boomgaard is moeilijk te onderscheiden door het hoge gras en het overwoekerende onkruid. Neen, we doen niet aan agroforesterie, wij beslisten om fruitbomen te planten. Je merkt dat ze meer op het ‘onmiddellijke’ profijt uit zijn, dan de vorige groep. Spijtig, want als een ‘actieve’ groep in het dorp het voortouw niet neemt om ‘bedreigde’ boomsoorten voor de komende generaties te behoeden… wie zal het dan wel doen? Voor mij is het althans duidelijk dat de doelstellingen van deze groep totaal verschillen van de vorige groep. Misschien gebruiken ze wel ‘duurzame’ technieken en dat is uiteraard een ‘eerste’ stap, maar ze zijn nog lang niet waar die andere groep staat qua duurzaamheid op ‘lange’ termijn.


Steunen kan:
Via http://www.broederlijkdelen.be/ of http://www.ikwilhelpen.be/iwh/org.php?oid=25

21 november 2007

En brousse... Ngomenzap

We zouden zoals afgesproken om 13u30 stipt vertrekken, maar dat was zonder de gebruikelijke ‘voorbereidingen’ gerekend. Agnès was om te beginnen niet op het rendez-vous en Michel moest uiteraard nog gaan tanken. We wachten dan maar voor de teleboetiek – een initiatief dat ondersteund wordt door Elisabeth – waar sinds die ochtend een oude vrouw zich voor de ingang een plaatsje koos en daar nu niet meer weg wil. Die oude vrouw zou al een week op het busstation rondhangen… verstoten door haar familie… met heel haar hebben en houden in een grote boodschappentas. Je ruikt dat ze zich al een tijdje niet meer gewassen heeft. Elisabeth gaat in de lokale taal tegen haar tekeer… met pijn in het hart, zoals ze achteraf zegt… en dreigt de politie erbij te halen. Die is blijkbaar niet geïnteresseerd in het oplossen van de situatie – het politiekantoor bevindt zich vlak naast de teleboetiek. Toch maakt Elisabeth indruk, want na enkele minuten begint het vrouwtje al haar ‘rommel’ bijeen te scharrelen en maakt alsnog aanstalten om zich ergens anders te gaan ‘nestelen’. Agnes heeft inmiddels van zich laten horen… ze staat voor het kantoor – volgens haar was ze op tijd. Niet dus. We geven haar een ‘nieuwe’ rendez-vousplaats en vinden haar enkele minuten later aan de kant van de weg. Met zo’n dertig minuten vertraging gaan we op weg naar Akok, een plaatsje net voorbij Ngomenzap, een plaats ten westen van Mbalmayo. De piste ligt er hobbelig bij, maar wanneer je er tegen 60 km per uur over rijdt, valt het best mee. Uiteraard moet je dan wel in het juiste spoor kunnen blijven… en dat kan niet wanneer er tegenliggers zijn. We schieten aardig op… tot – we zijn een uurtje onderweg – de motor plots stilvalt. Michel weet wat er mis is en kan de motor terug gestart krijgen. Dan begint Elisabeth – voor de zoveelste keer – te klagen dat de auto pas in de garage is geweest… dat dit niet kan… dat er geen goede mecano’s zijn in Mbalmayo… en patati en patata. Enkele kilometers verder begeeft de motor het opnieuw. Michel stapt weer uit, zwaait de motorkap open… en krijgt er weer leven in. We maken er grapjes over… hoe goed hij wel is… hoe hij als ‘volleerde’ mecanicien de auto herstelt. We maken ons ook vrolijk over de ‘zwarte kunsten’ van Agnes, die beweert dat ze de regen kan doen ophouden… of omgekeerd. De slechte weg doet Elisabeth terugdenken aan haar verleden als ‘animatrice rurale’. Hoe ze een keer met een stel Canadezen op stap was ‘en brousse’ en ze tegen het ‘einde’ van haar ‘eerste’ zwangerschap aanzat. Ze voelde vanalles bewegen en had hevige pijnscheuten… die haar er uiteindelijk toe brachten toch maar naar haar gynaecoloog te stappen in Yaoundé. Daar beviel ze ‘twee’ maanden later van een zoon, nadat ze op aanraden van een mama - die reeds 14 kinderen ter wereld bracht – een lavement plaatste. Een gebruik dat van generatie op generatie wordt overgebracht van moeder op dochter, en waar wij ‘blanken’ volgens Agnès (hoe ze het woord bijna uitspuwt) geen weet van hebben. Geboortegewicht van die ‘voldragen’ vrucht… 2,2 kilo. Even natellen… en we komen op een zwangerschap van 11 maanden. Dat gebeurt wel meer beweert Agnès… wat weten wij ‘blanken’ daar nu over. Waar hebben we dat nog gehoord… van die ezelsdrachten en eeneiige tweelingen die met vier maanden tussentijd geboren werden? Rwanda? Juist! We lachen wat af, daar in de auto. De motor begeeft het voor de derde, vierde, vijfde, zesde maal. Telkens weer ruimt Michel het euvel uit de weg en hobbelen we weer enkele kilometers verder. De zevende keer hebben we prijs. Michel stapt uit en… moe van steeds weer dezelfde handelingen te moeten uitvoeren, roept hij de hulp in van enkele jongeren die er toevallig rondhangen. In Kameroen – en bij uitbreiding in heel Afrika (naar onze ervaring) – is in ieder dorp, ieder zichzelf respecterende man een ‘uitstekende’ auto-mecanieker. Gevolg… ze beginnen allemaal – om beurten – aan de motor te prutsen… zodat hij ‘niet’ meer start. Een uur later heeft al die lokale kennis van ontploffingsmotoren ons nog geen millimeter verder geholpen. Een van de jongens beweert ‘apprenti’ te zijn, ‘leerling’… maar dat is inderdaad wat het zegt… leerling en niets meer. De verlossing komt plots aangereden op een Yamaha 125cc. De bestuurder van de motorfiets herkent Elisabeth - en zei hem – en houdt halt. Hij is een echte mecanicien en heeft in een wip de klus geklaard. Problemen met de ‘verdeler’… ‘delco’ voor de ingewijden. Die is versleten en loopt keer op keer warm. Maar voorlopig is de panne herstelt en kunnen we onze weg verder zetten. We hadden voorzien om tegen 16 uur bij de boeren aan te komen, maar dat wordt 18 uur… dus het begint al aardig donker te worden.
We doen ons ding bij de boeren, waar we voor gekomen waren… een korte consultatieronde, en vatten de terugweg aan.
In Ngomenzap valt de motor weer stil. Gelukkig kunnen we rekenen op de ‘goede’ mecanicien, die een lift vroeg en kreeg naar Mbalmayo. De motor zal al bij al nog een tiental keren stilvallen. Telkens weer wordt het euvel verholpen… door water op de ‘verdeler’ te gieten om hem af te koelen. Wanneer het water op is, stoppen we voor een huisje waar een petroleumlamp brandt. Agnès loopt er met veel kabaal naartoe… de mensen – in lokale taal – geruststellend, dat we geen boeven zijn, maar enkel water zoeken. Even later komt ze terug met twee flessen en een kleine jerrycan vol met fris bronwater. Net voorbij de Nyong staat er een lichte truck aan de kant van de weg geparkeerd. De bestuurder roept dat de weg verderop geblokkeerd is. We rijden door en zien in de verte inderdaad lichten van vrachtwagens. Die wilden mekaar kruisen op deze smalle weg, maar kwamen tegelijkertijd aan een houten brug, waar maar plaats is voor één vrachtwagen. Door de lengte van hun vrachtwagen is het heel moeilijk – zeker in het pikkedonker – om te manoeuvreren. We kunnen er gelukkig ‘net’ langs en raken veilig over de houten brug. Om 22u30 kwamen we toe in Mbalmayo.


Wil jij ook een steentje bijdragen aan de ontwikkeling van het Zuiden, dan kan dat via onderstaande link van Broederlijk Delen.

http://www.broederlijkdelen.be/
of
http://www.ikwilhelpen.be/iwh/org.php?oid=25

Red de Solidariteit

Hoog tijd om te handelen en ons niet verder belachelijk te maken in de rest van de wereld. Klik op onderstaande 'link' en doe mee... Red de Solidariteit. 85.000 'belgen' ondertekenden al deze petitie (waarvan 60% uit het noorden van het land)... we willen op zijn minst de kaap van de 100.000 bereiken. Doe jij ook mee?

http://www.reddesolidariteit.be/docs/RedDeSolidariteit_mail.htm