11 juli 2009

Mama Suzanne

Ze doet je steeds versteld staan… want elke keer weer dat je bij haar langsgaat is er iets veranderd. De eerste keer bezocht ik Mama Suzanne in oktober 2007… alles leekt te draaien om haar boomkwekerij… gespecialiseerd in met uitsterven bedreigde inheemse bomen: moabi, bibola, bubinga, enz. Wat aanvankelijk moest dienen om op de eigen velden te planten, werd een omvangrijke boomkwekerij met meer dan 10.000 jonge boompjes.
Mama Suzanne nam ons de tweede keer mee naar haar ‘terroir’ waar ze met veel respect voor het woud aan duurzame landbouw doet… in zoverre je in het woud van duurzame landbouw kan spreken, want het blijft een invasie in de integriteit van het evenaarswoud. In maart 2008 deponeerde ze een werkdocument bij Cradif… waar Elisabeth (de directrice) nogal lacherig over deed, maar waar duidelijk een visie uit bleek… helemaal niet ‘zweverig’, maar duidelijke stappen naar de verwezenlijking van een schijnbaar niet te verwezenlijken ‘droom’. Cradif kon haar niet aan de gevraagde som geld helpen, maar dat betekende geenszins het einde van Mama Suzanne’s ‘plannen.
Wanneer ik in maart van dit jaar een derde bezoek breng aan Mama Suzanne is er dus weer iets veranderd… een boetiekje werd tegen het huis gebouwd, een diepvrieskast werd aangeschaft… de dorpswinkel krijgt stilaan vorm.
En vorige week stond er dus weer iets meer op haar perceel. Vorig jaar opperde ze de idee om een ‘eerstelijns gezondheidspost’ op te zetten… en een jaar later is het zover. Ze volgende een aantal specifieke vormingssessies, georganiseerd door een internationale NGO ism het Ministerie van Volksgezondheid… en nu mag ze zich fier ‘lokale vroedvrouw’ noemen en baat ze ook een kleine dorpsapotheek uit.

De volgde stap is waarschijnlijk een ‘taxibrousse’. Al ligt Messam op de as Sangmélima-Yaoundé, de meeste ‘taxibrousse’ zitten overvol om er nog extra klantjes bij te laden. Meteen is het ook een extra bron van inkomsten. Een ‘droom’? Eén die wellicht werkelijkheid wordt Mama Suzanne kennende!
En om het verhaal helemaal kompleet te maken… ze heeft ook nog twee kinderen die ze heeft kunnen inschrijven aan de Universiteit van Yaoundé.
Wordt vervolgd…

Farmers Field School

’t is eigenlijk eenvoudig… ipv de boeren uit te nodigen in één of andere vormingsinstelling… verplaatst de vorming zich op het terrein… op de eigen velden van de boeren. Nieuwe technieken worden op de eigen velden uitgeprobeerd en naar waarde geschat. De boeren beslissen zelf of ze er verder mee gaan of niet… of ze de aangeleerde techniek uitbreiden naar de rest van hun velden of niet. Simpel, want wanneer de boer vaststelt dat ie meer opbrengst heeft met een andere teeltwijze, is de beslissing vlug genomen. Gezond boerenverstand!
Bij Cradif benoemen we ze wel niet zo, maar de manier waarop Agnes en Patrice met de boerengroepen werken, sluit nauw aan bij de idee van de ‘Farmers Field School’. Praktische vormingssessies op de velden van de boeren zelf, aanleren van andere teelttechnieken met onmiddellijke toepassing ervan op het veld.
Laatst bezocht ik een 30-tal boerengroepen en stond telkens weer versteld van wat die praktische werkwijze als resultaat oplevert. Zelfs na jaren afwezigheid op het terrein of het ontbreken van enige opvolging van de aangeleerde technieken… bleek telkens weer hoe nuttig deze ervaringsgerichte vormingssessies wel geweest waren. Ze worden nog steeds toegepast… omdat de boeren aan de lijve ondervonden dat ze hierdoor meer produceerden.


We bezoeken een veld in Akok, waar de lokale boerengroep maïs, bonen en aardnoten verbouwt. De op rijen gezaaide gewassen zijn zo minutieus afgelijnd, dat je denkt dat ze hun velden machinaal bewerkten, maar alles gebeurt hier met de hand (wellicht met een meetlat binnen bereik, want een wiskundige zou het niet nauwkeuriger kunnen). Bovendien zijn de velden optimaal onderhouden… het enige dat je met je 2 voeten terug op de grond zet, is het pad ernaar toe… dat leidt door het evenaarswoud… een 20 minuten lopen… geïmproviseerde bruggetjes over de beken en rivieren… en het gekwetter van vogels en andere woudbewoners op de achtergrond.
Ik heb het moeilijk mijn evenwicht te vinden op de boomstammen die ze over een riviertje wierpen, maar de boeren lopen er gezwind over… zelfs met een kruiwagen of een zak maïskolven op het hoofd.

5 mei 2009

Sfeerbeelden van een terreinbezoek

In maart kregen we bezoek van het lokale Broederlijk Delen Steunpunt voor Kameroen. Een staaltje van Afrikaans organisatietalent, want ipv drie boerengroepen te bezoeken in eenzelfde regio, werd er voor gekozen om ze in drie verschillende regio's te bezoeken. Thorsten mocht die dag een dikke 350 km rijden.

Telkens interessante bezoekjes, maar te kort om dieper in te gaan op een aantal zaken.

Leuk toch om weer bij Mama Suzanne terecht te komen... om te zien dat er weer wat ten goede veranderde sinds mijn laatste bezoek. Het geeft moed en hoop voor de toekomst... te zien dat de boeren niet stilzitten en zich niet laten ontmoedigen door een afgewezen kredietaanvraag. Vast staat - eens te meer - dat ze een duidelijke visie hebben en weten waar ze naartoe werken.

Even op de bovenstaande titel klikken voor enkele indrukken.

5 december 2008

Wonen in Antwerpen

4 december 2008


15 november 2008

Said is not yet heard

“Said is not yet heard - Heard is not yet understood - Understood is not yet approved - Approved is not yet applied - Applied is not yet continuously applied - Continuously applied is not yet being satisfied.”

Vrij vertaald: “Gezegd is nog niet gehoord – gehoord is nog niet verstaan – verstaan is nog niet goedgekeurd – goedgekeurd is nog niet toegepast – toegepast is nog niet voortdurend toegepast – voortdurend toegepast is nog niet tevreden zijn.”

Bovenstaande wijsheid kregen we vorig jaar mee van een afrikaan, die al jaren werkzaam is binnen gemeenschapsopbouw en lokale ontwikkelingsinitiatieven.

Er werden – en worden nog steeds – eindeloze cycli van vormingssessies gehouden met de lokale bevolking en de lokale medewerkers, maar blijkbaar draaien we steeds om onze eigen as en komen we telkens weer terug waar we gestart zijn. Alleen… krijg je hier niet iedere keer ‘geld’, wanneer je langs ‘start’ komt (zoals bij de Monopoly).

“Die vorming hebben we al gehad… dat is niets nieuw… vertel ons eens iets nieuw…!”, maar wanneer je iets nauwkeuriger toekijkt merk je meteen dat ze van al die ‘genoten’ vorming weinig tot niets toepassen. ’t Is niet omdat je op de Lotto speelt en je enkele miljoenen kan winnen, dat je zo ook gewonnen hebt… maar zo lijkt het dus wel. “Ik volg een vorming over ondernemerschap”… “dus ben ik nu een ondernemer”.

’t Zit hem natuurlijk allemaal in de manier waarop je vragen stelt.. en welke vragen je stelt. De meeste ‘ontwikkelingswerkers’ lokaal of internationaal hebben het antwoord (lees ‘de’ antwoorden) reeds op zak, alvorens ze de eerste vraag stellen. Hun vragen worden dus gestuurd door het antwoord dat ze verwachten.

Met ‘Appreciative Inquiry’ proberen we daar tegen in te gaan, want het ‘eerste’ contact, de ‘eerste’ vraag die je stelt… is bepalend voor het verdere verloop van je relatie met de mensen waarmee je werkt. Het interesseert me niet wat de ‘problemen’ zijn van de boeren, die zijn zo onderhand al wel gekend… én op dezelfde vraag krijg je – in gelijk welk land – hetzelfde antwoord. De oorzaken en gevolgen lijken wel vastgelegd.

En toch, toch blijven mensen op die plek wonen, waar ze zoveel over te klagen hebben. De vraagstelling moet dus niet draaien om wat er fout liep en loopt, maar moet juist peilen naar wat mensen bindt aan hun grond, hun dorp, hun streek. Waar zijn ze fier op, waar zijn ze goed in. Welke ‘expertise’ is er aanwezig en wat stellen ze zelf voor daar ‘wat’ mee te doen. Het vraagt van de begeleiders een hele omschakeling, want zij studeerden immers – soms – jarenlang om ‘expert’ te worden… en nu kom ik ze vertellen dat ze die ‘expertise’ even aan de kant moeten schuiven, om te ‘luisteren’ naar wat de ‘boeren’ hen te vertellen hebben. Te vaak hoor ik nog dat de boeren ‘onwetend’ zijn en dat wij – de ontwikkelingsorganisaties – ze ‘wetend’ moeten maken. Dus als je maar genoeg vormingssessies organiseert – jaar in, jaar uit – dan komt het vroeg of laat wel goed.

Mijn manier van werken is er meer een van ‘individueel’ begeleiden (‘coachen’) van mijn Kameroenese collega’s. gemakshalve zou ik ook een paar ‘vormingssessies’ kunnen organiseren… hoe participatief ook, ze hebben geen zin, wanneer ik ze niet allemaal ‘persoonlijk’ opvolg. Ik breng uren door met ‘praten’ met de collega’s… over het veldwerk, over de verwezenlijkingen van de boerengroepen waar we mee samenwerken, over de ‘dromen’ die de boeren aan ons ‘meegeven’ wanneer ze een project indienen. Ik leer ze kijken ‘achter’ de cijfers, ‘achter’ de som geld die ze van ons willen loskrijgen (en die we ze niet kunnen geven). Ik ontrafel – samen met hen – de ‘aanvragen’, leg de logica bloot en leer ze kijken naar de ‘dromen’ die de respectievelijke groepen neerschreven. ‘Dromen’ die ze hoe dan ook zullen realiseren, met of zonder steun van buitenaf. Ze leren vragen stellen, maar ze leren vooral ‘luisteren’ naar wat de boeren bezighoudt, wat hen drijft, waar het werkelijk om draait.

Er zijn er zeker wel enkelen tussen die denken dat het allemaal om geld draait en dat met ‘geld’ alle ‘problemen’ uit de wereld zijn… die zullen nog een tijdje hun hand ophouden, in de hoop dat er vroeg of laat wat invalt… terwijl de anderen verder evolueren en kleine successen boeken.

Trouwens, het is nooit genoeg!
“Na overleg met de betrokken groep, schreven we (Cradif) ze in om deel te nemen aan een wedstrijd rond ‘Maniok’ op de nationale televisie, onder auspiciën van het Ministerie van Tewerkstelling. Het ingediende project was goed voor 1,5 miljoen Cfa (+/- 2.300 €). Na de voorselectie bleven ze met drie kandidaten over. Uiteindelijk won ‘onze’ groep de ‘enige’ prijs, ter waarde van 3 miljoen Cfa, dus dubbel zoveel als gevraagd. Wij direct dromen van het betrekken van ‘andere’ groepen, die als toeleveranciers zouden kunnen een graantje meepikken, maar dat was even zonder de ‘waard’ gerekend. De voorzitster van de groep trok de prijs naar zich toe. ’t Is te zeggen… ze installeerde de gekregen verwerkingsmachines bij haar thuis, liet zich ook een draagbare computer aanpraten (door één van de vertegenwoordigers van het Ministerie) en begon zonder overleg met haar groep, grootse plannen te maken. Gevolg… onenigheid in de groep, familieruzie en heibel in de lokale gemeenschap.”

Of die groep dus echt geholpen is met die ‘eerste prijs’ is nog maar de vraag. Cradif kreeg uiteraard een enorm uitstalraam op de nationale zender… wat er toe leidde dat andere organisaties – die toevallig ook al benaderd werden door de voorzitster - ook een graantje wilden meepikken. Dat zorgde dan weer voor de nodige wrevel en uiteindelijk dreigde de groep uit het oog verloren te worden, en de uitdagingen waar de groep eigenlijk voor staat.

28 oktober 2008

DE VOEDSELCRISIS IN CIJFERS

Op 18 september 2008, heeft de FAO aangekondigd dat de galoperende voedselprijzen op wereldniveau dit jaar, het aantal personen die hongerlijden in de wereld, aanzienlijk verhoogde en momenteel meer dan 1 miljard bedraagt.

Ziehier enkele statistieken die de huidige - en voedselwereldcrisis in beeld brengt. Het betreft hier de cijfers voor 2007, toen de prijzen in de wereld voor voedselproducten waren gestegen met 24%. Het werd nog erger in 2008, wanneer de FAO vaststelt dat de prijzen van de voedselproducten, sinds het begin van het jaar met 52% werkelijk zijn ontploft, terwijl de agro-business van dag tot dag nieuwe winsten aankondigde, die de recordcijfers van de laatste jaren overschrijden. In 2000 hebben de wereldleiders zich ertoe verbonden om het aantal personen die honger lijden in de wereld met de helft te verminderen. Dat was één van de centrale zogenaamde Millenniumdoelstellingen. Vandaag is deze verplichting, goed in verlegenheid gebracht.
De stijging van de winsten van de drie grootste meststofproducenten ter wereld (Potash Corp, Mosaic, Yara) in 2007: +139% (totale winsten voor 2007 = 2,9 miljard US$)
De stijging van de winsten van de drie grootste graanproducenten ter wereld (Cargill, ADM, Bunge) in 2007: +103% (totale winsten voor 2007 = 5,3 miljard US$)
De stijging van de winsten van de drie grootste zaad- en pesticidenproducenten ter wereld (Monsanto, Syngenta, DuPont) in 2007: +91% (totale winsten voor 2007 = 3 miljard US$)
De stijging van het aantal persoon onder de hongerdrempel in 2007: +10% (stijging van 75 miljoen om op te lopen tot 923 miljoen)
De beschikbare middelen bestemd voor de landbouw, geschat door de FAO, bedraagt op jaarbasis (om de huidige voedselcrisis op te lossen): 30 miljard US$
Het bedrag voorzien door de regering van de Verenigde Staten, en dat door de belastingbetalers zal worden betaald, om zich garant te stellen voor het in stand houden van het huidige banksysteem van de Verenigde Staten in 2008: 1,015 miljard US$ (op 22 september 2008).